Compensatie transitievergoeding verdwijnt per 2027
Het kabinet zet een streep door twee compensatieregelingen rond de transitievergoeding. Zowel de compensatie na langdurige arbeidsongeschiktheid (LAO) als de compensatie bij bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of overlijden van de werkgever (BE) komt per 1 januari 2027 volledig te vervallen. Dat staat in een nota van wijziging op het lopende wetsvoorstel, die eind mei naar de Tweede Kamer is gegaan. Waar een eerder voorstel alleen grotere werkgevers raakte, geldt de afschaffing nu voor alle werkgevers.
De regelingen bestaan sinds 2020 en hadden juist tot doel een einde te maken aan het verschijnsel slapend dienstverband. Tot die tijd lieten werkgevers de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer vaak bewust voortbestaan, enkel om onder de transitievergoeding uit te komen. Door werkgevers achteraf via het UWV te compenseren verdween die prikkel grotendeels.
Belangrijk om te benadrukken: het recht van de werknemer op een transitievergoeding zelf blijft bestaan. Een werknemer die na twee jaar ziekte wordt ontslagen, houdt dus gewoon aanspraak. Wat verdwijnt, is de mogelijkheid voor de werkgever om dat bedrag terug te vragen. Daarmee komen de kosten volledig bij de werkgever te liggen, en treft de maatregel deze werknemersgroep vooral indirect.
De voorspelbare uitkomst is dat de slapende dienstverbanden terugkeren. Zolang een werkgever de arbeidsovereenkomst niet beëindigt, is immers geen transitievergoeding verschuldigd, ook al wordt er geen arbeid meer verricht en is de loondoorbetalingsplicht vervallen. Het kabinet legt werkgevers geen verplichting op om zulke dienstverbanden te beëindigen onder toekenning van de vergoeding. Hoe vaak dit zal gebeuren, valt vooraf niet te zeggen; werkgevers zullen dat per geval afwegen. Daarbij speelt ook de vraag mee of tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen blijven opbouwen, een kwestie die nog door HR en mogelijk uiteindelijk door de Europese rechter moet worden beantwoord.
Bijzonder wrang is de uitwerking voor de kleine ondernemer die zijn bedrijf bij het naderen van de AOW-leeftijd volledig beëindigt. Juist deze groep verliest straks opnieuw de compensatie waarop tot nu toe kon worden gerekend. Wie als zelfstandige jarenlang personeel in dienst heeft gehad en bij de bedrijfssluiting alsnog transitievergoedingen moet uitkeren, kan dat in veel gevallen alleen opbrengen door in te teren op het vermogen dat eigenlijk voor het eigen pensioen was bestemd. Voor de ondernemer die geen koper vindt en simpelweg de deur sluit, betekent de afschaffing dat de rekening van het ontslag in volle omvang op het bordje van de stoppende ondernemer terechtkomt. Dat kan tot ronduit schrijnende situaties leiden, waarbij een leven lang werken en personeel in dienst houden uitmondt in een fors gat in de oudedagsvoorziening.
Daarmee tekent zich een vertrouwd patroon af. Werknemers zullen opnieuw via de rechter proberen af te dwingen dat de werkgever het slapende dienstverband beëindigt, met transitievergoeding. En net als bij het bekende Xella-arrest uit 2019 zal de Hoge Raad daar vermoedelijk weer een knoop over moeten doorhakken. Zowel de Raad van State als de Raad voor de rechtspraak waarschuwt overigens al voor toenemende onduidelijkheid en extra procedures.
De enige zekerheid die de afschaffing oplevert, is dan ook een nieuwe, langere periode van onzekerheid.



